| De 145 |
|
De Alfa Romeo145 Begin jaren negentig stond Alfa Romeo voor de zware taak een opvolger voor de Alfa 33 te ontwikkelen. Eerste schetsen toonden een model zoals de Alfa 146 later zou worden: een sportieve wigvormige lijn, 4 portieren, een grote kofferbak met een klein kontje à la de 33. Fiat SpA die inmiddels enige jaren de scepter zwaaide bij Alfa Romeo, introduceerde hier in navolging van de Tipo / Tempra en vooraf aan de Bravo / Brava een twee modellen politiek en liet naast de Alfa 146 een driedeurs model, de 145, schetsen. Halverwege het jaar 1994 was Alfa Romeo klaar voor de introductie van de opvolger van de 33 en er werd gekozen de Alfa Romeo 145 als eerste op de markt te brengen, gevolgd door de 146 in 1995. De sensuele lijnvorming van de 145 en 146 werden geschetst door Walter de Silva in Alfa´s eigen Centro Stile, waarbij excentrieke katachtige lijnen het front sieren en bij de Alfa 145 de karakteristieke V in de achterruit (ontwerp Zapatinas) het aanzicht van de achterkant bepaalt. De bodemsectie van de 145/146 is gebaseerd op de bodemplaat van de Alfa Romeo 155 en Fiat Tempra / Tipo. In de jaren 1994 tot en met begin 1997 werden boxermotoren gebruikt. Het betrof hier de 1.4 IE, de 1.6 IE en de 1.7 16v. Deze motoren werden regelrecht vanuit de 33 overgenomen, hoewel ze wel op emissienormen werden aangepast. Echter werd de 145/146 vanaf het begin ontwikkeld met het idee dat naast boxermotoren ook lijnmotoren in het vooronder konden worden geplaatst. Kort nadat de Alfa Romeo 145 leverbaar was, kwamen de 1.9TD en de 2.0QV in het gamma. De 1.9TD was dezelfde motor als de 2.0TD uit de Alfa Romeo 155 en de 2.0QV betrof dezelfde motor als uit de 155 2.0 TS 16v. Het verschil in naamgeving van de turbodiesel is naar alle waarschijnlijkheid puur op policy terug te voeren. Het grotere model 155 zou marketingtechnisch met een grotere motor uitgerust moeten zijn dan de kleinere 145. Tevens werd in het buitenland de 145/146 1.4 IE ook wel verkocht onder de noemer 1.3 IE. Dit is terug te voeren op het Italiaanse belastingsstelsel dat grotere motoren zwaarder belast. Bij zowel de turbodiesel als bij Alfa's kleinste boxer gaat het gewoon om exact dezelfde motoren. In het jaar 1997 werden de boxermotoren vervangen door een nieuwe generatie van 4-in-lijn twinspark motoren. Deze motoren waren gebaseerd op de twinspark motoren zoals ze gebruikt werden in de Alfa Romeo 155 en de 164. De 145/146 werd uitgerust met een 1.4 TS, een 1.6 TS en een 1.8 TS motor. De 2.0 TS QV bleef uiteraard in het gamma. Met het vervangen van de boxers werd een motorenlijn die Alfa Romeo meer dan 20 jaar trouw heeft gediend en het specifieke geluid dat de Sud, de 33 en de 145/146 zo karakteriseerde, beëindigd. Echter werd met de twinspark motoren een wederom op-en-top Alfa Romeo motorconfiguratie gebruikt, de 4-in-lijn met dubbel bovenliggende nokkenassen. Deze configuratie die aan de beroemde Nord blokken doet denken kent reeds zijn basis in de begin jaren '50 van de vorige eeuw. Eind jaren '90 van de vorige eeuw werd bekend dat de Alfa Romeo 145/146 spoedig opgevolgd zou worden door een nieuw model. Om de slag met zijn concurrentie aan te kunnen gaan tot de komst van dit nieuwe model, kregen de 145 en de 146 een lichte face-lift en een aantal wijzigingen: andere bumpers, nieuwe injectiesystemen en een aantal retro-elementen (conform de grotere broer, de Alfa Romeo 156, welke inmiddels de 155 had opgevolgd Eind september 2000 werd de productie van de 145/146 stopgezet en in november 2000 vond haar opvolger, de Alfa Romeo 147 haar weg naar de showroom. De 147 deelt stylingskenmerken met de Alfa Romeo 156 en 166 en wordt gebouwd in zowel 3 als 5 deurs om zowel de vroegere Alfa 145 als 146 kopers te bedienen
|
